De Nederlandse transportsector maakt een versnelde transitie door naar zero-emissie voertuigen. Steeds meer bedrijven vervangen hun dieseltrucks door elektrische of waterstofaangedreven alternatieven. Deze ontwikkeling komt op een cruciaal moment, nu de wet milieuzones zware druk legt op logistieke bedrijven om voor 2025 hun wagenpark aan te passen.
Het aantal geregistreerde elektrische trucks is het afgelopen jaar met 65 procent toegenomen. Vooral in de stedelijke distributie zien bedrijven de voordelen van elektrische voertuigen. De lagere operationele kosten en het vermijden van toegangsbeperkingen in milieuzones maken de business case steeds aantrekkelijker. Fabrikanten als DAF, Mercedes en Volvo leveren inmiddels elektrische trucks met actieradius tot 500 kilometer, voldoende voor regionale distributie.
Waterstof speelt vooralsnog een bescheidener rol in het Nederlandse transport, maar groeit gestaag. Met name voor langeafstandsvervoer en zware tractietoepassingen biedt waterstof voordelen door de kortere tankstops en grotere actieradius. De aanleg van waterstoftankstations blijft echter achter bij de vraag. Momenteel zijn slechts twaalf publieke waterstofstations operationeel, verspreid over Nederland. De overheid heeft toegezegd dit aantal uit te breiden naar vijftig stations in 2030.
De laadinfrastructuur voor elektrische trucks ontwikkelt zich sneller. Energiebedrijven en logistieke hubs investeren massaal in megawattladers die trucks binnen één tot twee uur kunnen opladen. Shell, Fastned en Vattenfall openen dit jaar gezamenlijk vijftien nieuwe laadpleinen speciaal voor zwaar vervoer. Toch blijft uitdaging dat veel transportbedrijven nog geen toegang hebben tot adequate oplaadmogelijkheden op hun eigen terrein.
Subsidies vormen een belangrijke stimulans voor de overstap. De SSEB-subsidie voor emissieloze bedrijfsauto’s biedt tot 30.000 euro per elektrische truck. Ook de investeringsregeling VAMIL en de MIA maken zero-emissie voertuigen fiscaal aantrekkelijker. Het Nationaal Coördinatiepunt Laadinfrastructuur verstrekt daarnaast subsidies voor de aanleg van laadinfrastructuur tot maximaal 40 procent van de investeringskosten.
Desondanks signaleren brancheverenigingen dat de aanschafkosten nog altijd een drempel vormen. Een elektrische truck kost gemiddeld twee tot drie keer zoveel als een dieselvariant. Leasemaatschappijen reageren hierop met speciale financieringsconstructies die de maandlasten spreiden en de Total Cost of Ownership transparanter maken.
De verwachting is dat de overstap verder versnelt zodra de prijzen dalen en de infrastructuur completer wordt. Voor transportondernemers wordt het niet langer een vraag óf, maar wanneer ze de overstap maken naar zero-emissie transport.